Op reis naar geluk: #3 geland in Kathmandu

Posted by on september 29, 2016 in Lifestyle, Wereldreis | 0 comments

Yeeash, geland in Kathmandu wat betekend dat alleen de laatste loodjes nog even vervuld moeten worden tot ik heerlijk kan slapen in mijn hostel! Gelukkig heb ik mijn hostel van te voren al geboekt, zodat ik geen stress hoef te ervaren voor het zoeken naar een hostel. Ik ga in de rij staan waar de jongen die ik op het vliegveld ontmoette me zei te gaan staan, voor de ‘foreigners’. Na ongeveer 40 minuten ben ik aan de beurt, ze doen alles lekker relaxed aan. Eigenlijk had ik nog papieren moeten invullen voor mijn visa, maar gelukkig doen ze niet te moeilijk en laten ze me door naar de plaats waar de koffers gehaald kunnen worden en ik kan je vertellen: this is crazy! img_0714Ik heb 70% meer dozen met tv’s, laptops en zelfs fietsen voorbij zien komen dan koffers. Als mijn verbazing hiervan een beetje is gezakt bedenk ik me dat het tijd wordt om op zoek te gaan naar mijn backpack, ik heb geen idee waar ik moet zijn. Er zijn 3 loopbanden en boven elke loopband staat een Nepalese tekst. Het is 20.00 ’s avonds en ik hoop toch echt voor 21.00 mijn backpack te hebben. Ik ga zitten in alle chaos en wacht af, overal rondom mij passeren mensen met hun talloze pakketten, luidt communicerend met elkaar. Ik zie nog een paar hulpeloze Westerlingen toekijken of hun koffer al is gearriveerd. Ik raak lichtelijk in paniek als mijn backpack om 22.00 nog niet is gearriveerd,  het zal toch niet zo zijn dat hij nog in het andere vliegtuig ligt? Ik ben doodop van de reis en wil er niet over nadenken. Ik ga met een andere vrouw die haar koffer ook nog niet heeft naar de infobalie en het blijkt dat ze mijn koffer al van de band hebben gehaald, hm.

Oke, up to the next: euro’s inruilen voor roepie’s. Ze hebben me bij die balie alles wijs kunnen maken, ik hoop maar dat ze me het juiste bedrag aan geld hebben gegeven. Ondertussen wordt ik omringt met taxi chauffeurs die met z’n allen druk: mém, mém, taxi, taxi roepen. Ik overdrijf niet als ik zeg dat het er minimaal 30 zijn. Ze proberen stuk voor stuk mijn tassen over te nemen, een beetje hulpeloos zoek ik oogcontact met twee Spanjaarden die in hetzelfde schuitje zitten. Met z’n 3en besluiten we een taxi te nemen, de prijzen gaan van hot naar her en er is geen touw aan vast te knopen hoe duur zo’n taxi nu moet zijn. Waarschijnlijk 5x goedkoper dan wij hebben betaald. De taxi auto’s zijn oude Suzuki Alto’tjes die het in Nederland niet meer zouden hebben gehaald. De taxi chauffeur propt al onze spullen in de veel te kleine bagageruimte en brengt ons naar ons hostel.. zegt ie.

Nummer één waar je je niet op voor kunt bereiden in Kathmandu: overal is verkeer, geen weg is goed aangelegd, als er al een weg ligt en het pad niet bestaat uit losse stenen en kuilen, overal liggen slapende honden, overal vliegen de ‘paradise’ guesthouses je om de oren en overal staan schots en scheve gebouwen met borden van Pepsi, Ayurveda, Dove en weet ik het allemaal over elkaar heen geplakt. Ik realiseer me opeens dat Nepal echt een derde wereldland is, dat mijn beeld van Nepal heel wat romantischer was dan hoe het daadwerkelijk is. Natuurlijk heeft de taxi chauffeur geen idee waar ons hostel zich bevindt, bijna letterlijk ieder huis is een hostel en dus rijden we rond en rond in het veel te kleine oude Suzuki Alto’tje, alle kanten op schuddend, honden ontwijkend en getoeter van alle kanten. Ik ben blij dat ik niet de enige ben in de taxi, voor de Spanjaarden is dit net zo vreemd als voor mij, gelukkig. Uiteindelijk vinden we het hostel van de Spanjaarden die een ander hostel hebben geboekt dan ik. Na nog eens 20 minuten (de taxi chauffeur moest letterlijk iedere voorbijganger vragen of zij wisten waar het Friendship hostel zich bevindt) arriveer ook ik. Ik ben te moe om ter plekke een paniek aanval te krijgen om hoe het hostel eruit ziet: van een reservering hebben ze nog nooit gehoord, het enige wat ze hebben is een klein tafeltje met daarop een schriftje waar ze de naam van de gasten in zetten wanneer ze zijn gearriveerd. De jonge, vriendelijke jongen brengt me naar m’n kamer en ik plof neer op bed, ik was even de waarschuwing vergeten dat de bedden in Nepal een soort houten planken zijn, met een blauwe plek op m’n rug als gevolg. Ik weet niet hoe snel ik slapen moet om de volgende dag verder te zien.

Om 5.00 uur in de morgen ontwaak ik en hoor ik overal om me heen mensen praten, honden blaffen en is het volop licht buiten. Ik heb honger, de laatste maaltijd die ik heb gehad was om 16.00 in het vliegtuig. Ik wil me gaan douchen, het water is ijskoud. Ik kom erachter dat ook mijn telefoon niet is opgeladen: geen stroom. Nu word ik toch lichtelijk paniekerig. Hoe wil ik hier gaan overleven en waar ben ik beland?! Na de koude douche ga ik naar buiten, op zoek naar een ontbijt. Het verkeer is niet te beschrijven: van alle kanten halen auto’s elkaar luid toeterend in, scooters en brommers passeren de auto’s van alle kanten en mensen steken over op de gok: regels lijken hier niet te gelden. Daarnaast hangt er een geur dat alles behalve fris ruikt wat me niet verbaasd als ik zie hoe smerig alles is. Mijn opa en oma zouden ter plekke overlijden realiseer ik me. img_0718Op de gok steek ik de straat over, iedereen passeert me luid toeterend en rijdt slalommend verder. Het is moeilijk om een indruk te geven, overal staat wat, overal zitten mensen op straat om fruit, groenten en souvenirs  te verkopen. Iedere seconde word ik aangesproken met ‘mém, mém, cheap, cheap’ terwijl mijn hoofd nog druk bezig is alle indrukken te verwerken. Ik probeer vriendelijk te blijven, ik heb letterlijk nog geen idee wat me te wachten staan. Dan ontmoet ik een man die op me af komt lopen en redelijk Engels spreekt. Hij vraagt of ik een thee wil drinken, eigenlijk houdt ik helemaal niet van thee maar ik durf hem niet af te wijzen. Hij neemt me mee in een klein cafeetje, wat niet meer is dan een donker houten schuurtje met een houten bankje. Ik krijg een veel te zoete Nepalese thee die ik met moeite weg krijg, toch dankbaar dat ik iets binnen heb. Ik voel me eigenlijk zwaar ongemakkelijk, maar ik besef me ook dat ik hier doorheen moet dus ik doe m’n best leuk te blijven. Al snel noemt de man mij zijn ‘sister’ en laat me van alles zien: het huis waar zijn kindje leeft (zelf leeft hij op straat), wat tempels rondom Thamél, en een gezin met 7 dochters die onder een soort afdak wonen. Vrouwen zitten op de grond en doen de was in een teiltje, honden en kippen lopen her en der en de kinderen zijn schaars tot niet gekleed. Alle indrukken zijn me eigenlijk iets teveel, ik probeer aan te geven dat ik moe ben en naar huis wil: het is inmiddels 3 uur later en ik heb nog steeds geen ontbijt gehad behalve mierzoete thee. Nepalezen doen alles rustig aan, dus na ongeveer een (heel langdurend) uur lopen we eindelijk richting mijn hostel. Ik weet niet waarom, maar ik voel me niet fijn bij deze kerel. Hij gaat nog even zitten bij een tempel en begint te huilen. Hij vertelt me dat hij HIV heeft en niet lang meer te leven heeft, kan er ook nog wel bij. Hoe langer het duurt, hoe meer de drang ontstaat om gewoon weg te rennen. Daarnaast was er één kindje in het gezin die hij me daarnet liet zien waarvan ze me vertelden dat hij ziek was en naar het ziekenhuis moest, maar dat ze dat niet konden betalen. Als we voor mijn hostel staan smeekt de man me om geld om met het kindje naar het ziekenhuis te kunnen, aan het eind stem ik in omdat ik zo snel mogelijk naar binnen wil en van deze man af wil zijn: ik geef hem 2000 roepie (of eigenlijk pakt hij het), niet wetend dat dat zo goed als 25 euro is. Ik ga op bed liggen en val rusteloos in een soort van slaap.

Als ik net zo rusteloos wakker word als dat ik in slaap viel bedenk ik me dat ik nog steeds honger heb, het is ondertussen 13.00 uur en ik loop naar buiten. Daar zie ik twee Europees ogende mensen op me aflopen, ze blijken uit Frankrijk te komen en ik smeek ze bijna of ik ze mag vergezellen tijdens hun lunch, waar ze naar op weg zijn. Gelukkig zijn het hele fijne, vriendelijke open mensen en met de tijd komt ook hun Engels een beetje op gang. Ook zij zijn net aangekomen en nog ondersteboven van alle indrukken. We bestellen wat te eten ( best lastig met allemaal gerechten die je niet kent én het glutenvrij moet + de Nepalese mensen die met half Engels er weinig van begrijpen) en ik voel me fijn, dankbaar om deze mensen tegen te komen en niet alleen te zijn. Ik had niet verwacht zo veel behoefte te hebben aan Europeanen om me heen, ik denk dat mijn vertrouwen door de situatie van in de ochtend een beetje is beschadigd. Na de lunch is er nog zoveel te doen: een simkaart regelen, een iphone lader halen, roepies pinnen, maar ik laat alles even voor wat het is, ik ben afgepeigerd en m’n hoofd draait overuren. Ik duik m’n bed weer in en eet een aantal energie repen die ik vanuit Nederland heb meegenomen, voor het geval van nood en val in slaap.

Wordt vervolgd, Namasté.

Liefs,

Taat.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *